Voorbeelden

Presentatie in de klas Voorbeelden

Geformuleerde voorbeelden voor de presentatie op school: Opening en afsluiting van een presentatie over plastic in de zee (klas 10) en een volledige JRC-overzicht met overgangszinnen. Met analyse van waarom beide werken.

Laatst bijgewerkt op 9 juli 2026

Twee voorbeelden uit het dagelijks schoolleven: een presentatie in groep 10, compleet met opening en afsluiting, en een JRC-structuur met de overgangszinnen tussen de delen geformuleerd. De onderwerpen zijn voorbeelden, je kunt de bouwstenen voor elk van je eigen onderwerpen gebruiken. Hoe de inleiding, het hoofdgedeelte en de conclusie samenwerken, wordt uitgelegd op de pagina Presentatie in de klas.

Voorbeeld 1: Opening en sluiting van de presentatie (groep 10, onderwerp “Plastic in zee”)

Situatie: Tien minuten durende presentatie in aardrijkskunde, klas 10, het cijfer telt mondeling. De docent heeft een lege plastic fles meegenomen. Zo klinken de eerste 90 seconden:

ik heb deze fles vanmorgen uit de prullenbak bij de hoofdingang gevist. Maak je geen zorgen, ik heb ze uitgespoeld.

Een vraag voor u voordat ik echt begin: Wat denken jullie: Hoe lang duurt het voordat een fles als deze volledig uiteenvalt in zee? Bel gewoon even af. [Wachten op antwoorden] De meesten schatten tien tot vijftig jaar. Onderzoekers schatten: ongeveer 450 jaar. Als deze fles vandaag in de Noordzee valt, zal hij nog steeds ronddrijven als onze achter-achter-achter-achterkleinkinderen afstuderen.

Mijn leidende vraag voor de komende tien minuten: Hoe komt al het plastic in de zee terecht, en wat daarvan komt uiteindelijk bij ons terug?

Ik heb daar drie delen voor. Eerst de cijfers: hoeveel plastic per jaar in de oceaan terechtkomt en waar het vandaan komt. Ten tweede, de gevolgen voor de dieren, van schildpadden tot plankton. En ten derde, wat er al aan wordt gedaan en wat ieder van ons kan doen. Ik begin met de cijfers.

En zo is het einde, de laatste 60 seconden voor de Q&A-sessie:

Terug naar mijn vraag vanaf het begin: Deze fles in zee duurt 450 jaar. Mijn leidende vraag was hoe het plastic daar terechtkomt en wat er bij ons terugkomt. Het antwoord in twee zinnen: Ongeveer 80 procent komt uit het platteland, het grootste deel via tien grote rivieren. En een deel ervan komt terug als microplastics, in eetbare vis, in zeezout, zelfs in honing.

Als je één ding uit dit artikel haalt, is het dit: het meeste plastic in de oceaan was verpakking die precies één keer is gebruikt. Deze fles krijgt hier een tweede leven: ik zette hem als bloemenvaas bij het raam van het klaslokaal. Bedankt voor het luisteren, ik beantwoord graag je vragen.

Waarom het werkt: Het object komt uit het eigen schoolgebouw: De vuilnisbak bij de hoofdingang maakt het globale onderwerp lokaal, geen enkele set dia’s kan dat. De gokvraag activeert de klas binnen de eerste 30 seconden, en het gat tussen de tip (50 jaar) en de waarde (450 jaar) is het aha-moment dat iedereen zich herinnert. De leidende vraag wordt letterlijk uitgesproken en het tijdschema wordt in drie delen aangekondigd. Beide zijn in bijna elke evaluatievorm aanwezig. Het einde neemt de fles in beslag en de centrale vraag beantwoordt ze opnieuw in twee zinnen en eindigt met een zichtbaar stipje in plaats van “Ja, dat is het dan”. Taalkundig blijft alles op klassenniveau: korte zinnen, “rondzwemmen” in plaats van “volhouden”.

Voorbeeld 2: GFS-structuur met geformuleerde overgangszinnen (onderwerp “Fast Fashion”)

Situatie: GFS in Maatschappijleer, groep 10, 15 minuten plus vraag-en-antwoordsessie. Elke opsommingspunt wordt vergezeld door de overgangszin, die live wordt uitgesproken:

1. Start (90 seconden). Houd een T-shirt omhoog met een prijskaartje: 4,99 euro. Vraag de klas wie in de afgelopen vier weken iets soortgelijks heeft gekocht. Gemiddeld komt twee derde naar voren.

2. Leidende vraag en overzicht (30 seconden). “Mijn belangrijkste vraag vandaag: Hoe kan een T-shirt 4,99 euro kosten, en wie betaalt de rest? Ik laat je eerst de reis van dit shirt zien, dan de rekening, en dan de mensen erachter.”

3. Hoofdpunt 1: De reis van het T-shirt (3 minuten). Katoen uit India, gesponnen in China, genaaid in Bangladesh, verkocht in Duitsland: ongeveer 20.000 kilometer, weergegeven als route op een wereldkaart. Overgang: “Je kent de stations nu. Vervolgens berekenen we wie hoeveel verdient van de 4,99 euro.”

4. Hoofdpunt 2: De factuur (4 minuten). De kostenverdeling als staafdiagram: Van 4,99 euro gaat ongeveer 13 cent naar de naaister, het grootste handels- en marketingblok. Overgang: “13 cent per shirt. Wat dit betekent voor het leven, zal ik je nu in één werkdag in Dhaka laten zien.”

5. Hoofdpunt 3: De mensen erachter (4 minuten). Een werkdag van een naaister in Dhaka, de instorting van de Rana Plaza-fabriek in 2013 met meer dan 1.100 doden als keerpunt, de Duitse toeleveringsketenwet sinds 2023 als gevolg daarvan. Overgang naar het einde: “Zo veel voor de feiten. Mijn vraag vanaf het begin staat nog open: Wie betaalt de rest? Nu kan ik het beantwoorden.”

6. Conclusie (90 seconden). Antwoord op de centrale vraag in drie zinnen, dan de laatste vraag aan de klas: “Zou je twee euro meer betalen als ze aantoonbaar bij de naaister aankomen?” Het leidt direct naar de Q&A-sessie.

7. Bronnen en Q&A-sessie. Bronslide met auteur en jaar. Daarnaast drie voorbereide vragen en antwoorden: Wat brengt de Supply Chain Act concreet in? Zijn dure merken automatisch eerlijker? En wat dacht je van tweedehands?

Waarom het werkt: De overgangen zijn letterlijk vast, precies op de naden waar gratis colleges tot stilstand komen. Elke overgangszin herhaalt in een halve zin wat er net is gebeurd en kondigt aan wat er gaat komen; Degenen die even zijn uitgeschakeld, zullen hun weg terug vinden naar de lezing. De centrale vraag komt drie keer voor: in het overzicht, in de overgang naar het einde, in het antwoord. Op deze manier blijft de gemeenschappelijke draad zichtbaar. En de drie voorbereide vragen zijn gericht op het deel van het JRC dat het cijfer het meest bevoordeelt: het exameninterview erna.

Het patroon erachter

Beide voorbeelden gebruiken dezelfde bouwstenen: een object of een schattingsvraag als inleiding, de centrale vraag wordt letterlijk uitgesproken, drie hoofdpunten, overgangen als wegwijzers, een conclusie die de vraag vanaf het begin beantwoordt. Als je je eigen presentatie opstelt, schrijf dan eerst de hoofdvraag en de drie overgangszinnen. Zodra dit kader is opgezet, vult de rest zich bijna vanzelf. eloqole bouwt de volledige presentatie, inclusief trefwoordkaarten van het onderwerp, het leerjaar en de minuutspecificatie.

Presentatie in de les

Je eerste concept wacht

Beantwoord een paar vragen en lees binnen enkele minuten je eerste concept. Bewerk, verfijn en oefen tot het als jou klinkt.

probeer het gratis →